Marja Vijn, Natuurvoedingskundige

     
 

Terug naar Home

Naar Publicaties

 

 

De voeding van Rob

Als voedingskundige ben ik verbonden aan het Kindertherapeuticum in Zeist. In Meppel ben ik meer bekend als mede-eigenaar van de Natuurwinkel in de Woldstraat. Dagelijks ben ik bezig rondom de vraag wat voeding en voedingsgewoontes kunnen betekenen voor mensen om ‘beter in hun vel’ te komen.

Voedingsdagboek
Ik wil graag iets vertellen over Rob van 9 jaar, die met zijn ouders op bezoek kwam in het Kindertherapeuticum. Van de kinderarts kreeg ik de informatie dat Rob een prikkelbaar kind was met enorm driftige buien. Hij had veel last van hoofdpijn en was vaak moe. De ouders hadden drie dagen een voedingsdagboek bijgehouden; op het eerste gezicht een verantwoord voedingspatroon, met ruim fruit en redelijk wat groente, en vaak ook nog biologisch. Afgezien van de toch wel vele zoetigheid tussendoor was daar weinig op aan te merken. Uit de berekening van de voedingsstoffen bleek dat Rob wat teveel verzadigde vetzuren binnenkreeg (toch die zoetigheid en tussendoortjes) en aan de krappe kant zat wat betreft de vezels, enkele mineralen en vitamines en vochtinname.

Gesprek
Tijdens het gesprek met hem en zijn ouders bleek al snel dat Rob een ‘wijs kind’ is, dat helder uit z’n ogen kijkt. Hij kwam bovendien heel zeker over, en was opvallend betrokken in het gesprek. Hij vertelde dat hij “ongeveer één keer per week” een driftbui had. Hij is dan heel boos op mensen uit z’n omgeving, omdat hij vindt dat dingen niet eerlijk gaan. Ook vertelde hij dat hij elke nacht wakker wordt, soms om een uur of drie, soms later. En dan is hij overdag vaak moe. De ouders vertelden dat de situatie bij Rob op school niet ideaal is: een nieuwe meester, die het (nog) niet helemaal kan vinden met de klas, waardoor er meer chaos is dan voorheen. Wat eten betreft: Rob is een makkelijke eter, vindt alles wel lekker. Wel heeft hij het vaak ‘te druk’ met andere dingen om rustig te eten. Zowel de ouders als Rob zelf waren wel nieuwsgierig of andere voeding een ondersteuning kan bieden.

Constitutie
Rob is één van de kinderen die erg open zijn voor alles om hen heen. Vanuit z’n omgeving komt er veel bij hem binnen. Hij is bovendien erg betrokken, heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel, en zet dat ook om in actie. Hij heeft het daar erg druk mee. Tegelijkertijd heeft hij hier ook last van. In z’n lichaam uit dit zich in hoofdpijn en ’s nachts wakker worden, en het maakt hem bovendien prikkelbaar en driftig. Vooral in z’n hoofd heeft hij heel wat te verwerken, en dit lukt niet altijd even goed.

Ondersteunende voeding
De wortelgewassen (alles wat onder de grond groeit) hebben een ondersteunende werking op dat wat er in ons hoofd gebeurt. Ze kunnen het denken wat meer in evenwicht brengen. Voor Rob zou ik ook wensen dat hij wat meer uit z’n hoofd, en in z’n lijf komt. Warmte in de voeding kan daarbij een helpende hand bieden. Letterlijke warmte, in de zin van soep, thee en andere warme dingen, maar ook de warmte die ìn de voeding zit, vaak in de vorm van (plantaardige) vetten (ook noten en zaden bijvoorbeeld). Gierst en haver zijn licht- en warmtedragers bij uitstek; het zijn dan ook de granen met het hoogste vetpercentage. Bovendien zijn ze bij kinderen heel goed in de voeding toe te passen. Rob krijgt daarmee als het ware een extra beschermlaagje. Omdat Rob vaak de rust niet heeft om te eten en ’s nachts wakker wordt (dus uit z’n ritme is), is het bieden van een goed ritme in de voeding en een bepaald ritueel rond de maaltijden zinvol. Aansluiten bij het lever-gal-ritme van ons lichaam, waarbij de zwaardere maaltijden het accent krijgen op de ochtend en begin van de middag, en de lichtere voeding een plaats krijgt aan het eind van de dag (wanneer ook veel kinderen al te moe zijn om nog goed te eten en te verteren) vraagt soms wat moeite, maar is met wat handigheidjes toch wel in te passen. Bij Rob kan zo’n ritme ervoor zorgen dat hij wat meer ‘thuiskomt’ in z’n lijf. Een ritueel rond de maaltijden (handen wassen, aan tafel eten, wachten tot iedereen wat heeft, een spreuk e.d.) en een rustige maaltijd biedt voor Rob een houvast. Hij komt daarmee even los van wat hij allemaal aan het doen is; er wordt een ‘eigen plek’ gemaakt voor het eten. Dit werkt niet van de ene op de andere dag; nieuwe gewoontes hebben tijd nodig om zich te ‘nestelen’.

Therapie
In het Kindertherapeuticum is voeding één van de therapeutische ingangen. Rob werd daar ook gezien door de kinderarts, de fysiotherapeute en de kunstzinnig therapeute. Elk kind wordt door verschillende therapeuten gezien, en na een bespreking komt er een gezamenlijk advies aan de ouders, passend bij de situatie. Voedingstherapie kan een belangrijke ondersteuning geven in de ontwikkeling van een kind. Als er voedingsgerelateerde problemen zijn (spijsverteringproblemen), kunnen verbeteringen heel snel zichtbaar worden; maar ook bij veel andere kinderen, zoals Rob, kunnen voeding en voedingsgewoontes een belangrijke bijdrage leveren aan het ondersteunen van het kind op haar of zijn ontwikkelingsweg.