Marja Vijn, Natuurvoedingskundige

     
 

Terug naar Home

Naar Gezonde wereld

 

 

Mythe 3

Mythe 3:
Industrieel voedsel is goedkoop

Niet waar, want: sociale kosten en de kosten van schade aan milieu en gezondheid worden niet in de prijs doorberekend. Sterker nog, door industrieel voedsel nemen deze kosten aanmerkelijk toe. Zelfs komende generaties zullen nog een prijs voor dit voedsel moeten betalen.

Hoe meer technologie en chemicaliën worden toegevoegd aan landbouwmethoden, hoe goedkoper onze voeding. Dat zegt de voedingsindustrie telkens weer. Zonder industriële landbouw zou voeding onbetaalbaar worden. Maar de prijs op het bonnetje in de supermarkt negeert dat allerlei kosten niet worden doorberekend. De prijs van voeding negeert bijvoorbeeld de kosten aan belastingen, medische voorzieningen, en schoonmaakacties voor chemicaliën.
De schade aan het milieu is de voornaamste blinde vlek in de prijsbepaling. Het intensieve gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest vervuilt grond, water en lucht. Vervuiling wordt ook veroorzaakt door transportkosten. Als ijsbergsla van Groot-Brittanië naar de Verenigde Staten wordt overgevlogen, is er 127 calorieën energie voor de brandstof van het vliegtuig nodig om één calorie sla te exporteren. Dan wordt het energieverslindende proces van verpakken, koel houden en distributie binnen de landen niet eens meegerekend.
Intussen jaagd industriële voeding de gezondheidszorg op kosten (zie Mythe 2). Ook die kosten zijn niet in de prijs doorberekend. Dat kan ook niet, want er bestaat geen prijskaartje van de pijn van tientallen miljoenen mensen die kanker of een hartkwaal hebben opgelopen vanwege hun voeding. Of neem de arbeidsongevallen in de agrarische sector. Terwijl in het Amerikaanse bedrijfsleven gemiddeld 4,3 mensen per honderdduizend werknemers overlijden vanwege hun werk, ligt dat cijfer voor boeren en vissers zes keer hoger.
Dan zijn er nog de sociale kosten vanwege het verdwijnen van boerenbedrijven. De zes landen van de EEG (Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg) die het Gemeenschappelijke landbouwbeleid introduceerden, hadden in 1957 nog 22 miljoen boeren; tegenwoordig zijn dat er nog 7 miljoen. In iets meer dan vijftig jaar tijd heeft Canada driekwart van zijn boerenbedrijven moeten sluiten – de meeste waren familiebedrijven. Daardoor zijn gemeenschappen economisch zwakker geworden. De huidige prijs van voeding bevat niet de kosten voor sociale zekerheid en andere overheidsuitgaven om deze ex-boeren in leven te houden.
Belastingbetalers in Europa, de Verenigde Staten en Japan draaien op voor miljarden aan subsidies voor industriële landbouw, inclusief haar prijsondersteuning en productpromotie. Amerikaanse belastingbetalers hebben bijvoorbeeld 1,6 miljoen dollar besteed, zodat McDonalds zijn Chicken McNuggets in Singapore kon aanprijzen.
Wat veel van deze kosten kan besparen, is biologische landbouw. Wanneer het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt afgezworen, zal dat de schade aan milieu en gezondheid drastisch verlagen. Kleinschalige boerenbedrijven herstellen de economie in landelijke gemeenschappen en creëren werkgelegenheid.