|
Mythe 6
Mythe 6:
Biotechnologie lost de problemen van de industriële
landbouw op
Niet waar, want: biotechnologie biedt geen
antwoord op deze problemen. Sterker nog, biotechnologie is slecht nieuws voor
hongerbestrijding, voedselveiligheid, biodiversiteit en boeren die
zelfvoorzienend willen werken.
Het geloof in de zegeningen van industriële
landbouw is gebaseerd op een blind vertrouwen in technologie. De scheurtjes in
het ‘succesverhaal’ van industriële landbouw eisen een oplossing voor problemen
en die oplossing is... meer technologie. Om precies te zijn: biotechnologie.
Biotechnologie heeft gezorgd voor zaden die resistent zijn voor middelen die
onkruid verdelgen. Monsanto heeft onder de naam Roundup Ready zaden op de
markt gebracht die resistent zijn voor hun herbicide, Roundup. Deze zaden
– gewoonlijk sojabonen, katoen of koolzaad – geven boeren een vrijbrief om het
bestrijdingsmiddel in grote hoeveelheden te gebruiken; het tast het gewas immers
niet aan. Monsanto en andere bedrijven produceren ook zaden – maïs, aardappelen
en katoen – die zodanig zijn bewerkt dat iedere plant zijn eigen insecticide
produceert.
Biotechnologie kan een einde maken aan de honger in de wereld, zo gaat een
bekende aanprijzing. Om twee redenen klopt dat niet. Ten eerste omdat al
voldoende voedsel wordt geproduceerd om de wereldbevolking te voeden (zie Mythe
1) en ten tweede omdat de zaden die met biotechnologie zijn bewerkt, niet meer
opbrengst leveren. Bestudering van ruim achtduizend veldonderzoeken leerde dat
Roundup Ready minder sojabonen opleverde dan vergelijkbare natuurlijke
variaties.
Biotechnologie kan de honger zelfs versterken. Vanwege patenten op genetisch
gemanipuleerde ‘terminator-technologieën’, die zaden na een oogst steriel maken,
hebben boeren er niets meer aan om hun zaden te bewaren, zoals ze eeuwenlang
hebben gedaan, maar moeten ze ieder seizoen opnieuw zaden kopen van het
biotechbedrijf. Wetenschappers zijn er nog niet uit of genen die zorgen voor
steriliteit kunnen overwaaien naar andere velden, waardoor ook andere gewassen
onbedoeld steriel worden.
Biotechnologie bedreigt het milieu. Het is aangetoond dat het loslaten van
enkele genetisch gemanipuleerde vissen de soort binnen enkele generaties met
uitsterven bedreigt. Verder is gebleken dat het stuifmeel van GM-maïs fataal kan
zijn voor de insecten die zorgen voor verdere groei. Bovenal is nog veel
onduidelijkheid over de effecten van biotechnologie. Zaden kunnen overwaaien en
andere gewassen besmetten, ze kunnen muteren en nieuwe combinaties maken met
andere planten. Het kan gaan om onomkeerbare schade aan het milieu.
GM-voeding bevat niet alleen minder voedingswaarde, maar kan ook oude en nieuwe
allergenen bevatten, die bij consumenten ernstige gezondheidsklachten kunnen
oproepen. De gezondheidsrisico’s worden genegeerd door de Amerikaanse overheid
die geen standaard heeft gesteld voor het testen en etikettering niet verplicht.
Om veilig en gezond voedsel dichterbij te brengen, zou biotechnologie aan banden
moeten worden gelegd, omdat deze nieuwe agrarische industrie nog geen enkel
product heeft voortgebracht dat de mens of de natuur dient. Voorlopig is
verplichte etikettering wel het minste wat overheden kunnen doen om consumenten
keuze te bieden.
|