Marja Vijn, Natuurvoedingskundige

     
 

Terug naar Home

Naar Publicaties

 

 

Vier Smaken

Zoet, zuur, zout en bitter: ook de meeste kinderen kunnen opnoemen welke vier basissmaken er zijn. In onze mond kunnen we deze vier smaken waarnemen door middel van smaakpapillen. De zoete smaak nemen we vooral waar met de punt van onze tong, het bitter proeven we helemaal achterop. Zuur proeven we vooral met de zijkant, en zout met het middenbovenvlak van onze tong. Binnen die vier basissmaken proeven we vele nuances. Ons reukvermogen speelt daarbij een grotere rol dan we zelf denken. Probeer het maar eens met je kinderen: met je neus dicht proeven. Dan wordt de beleving van wat je eet toch een stuk minder. Ons verlangen naar bepaalde smaken heeft veel te maken met onze emoties en met behoeftes die we, vaak onbewust, met ons meedragen. Zo kun je soms ineens vreselijk veel zin hebben in iets zuurs, of iets hartigs. Zo’n smaak ‘geeft’ je dan wat.

Zoet
Het zoete is waar we ons leven als baby mee beginnen: moedermelk is zoet van smaak. De zoete smaak is omhullend, koesterend. Ons leven lang kunnen we, op momenten dat we behoefte hebben aan troost, verlangen naar zoetigheid. In planten ontstaat de zoete smaak vooral in de vruchten, het meest ‘zonnige’ deel van de plant. Het zoet geeft ons, net als de zon, een gevoel van warmte en ontspanning. 

Zuur
Het zuur heeft een samentrekkende werking. Wie een echt zure vrucht eet trekt z’n gezicht in een grimas; alsof alles samentrekt. Het is een uitgesproken smaak, die je uitdaagt, wakker maakt. Uitstekend dus om de dag mee te beginnen. De zure smaak geeft frisheid en ‘kleur’ aan dat wat je eet. 

Bitter
Met de bittere smaak hebben we over het algemeen de meeste moeite. Deze smaak heeft te maken met onze levenskracht en onze wil; het vraagt in zekere zin ook een bepaalde wilskracht om ‘door je keel te krijgen’. Omdat je het achter op je tong proeft, is het ook het laatste moment voor je beslist het door te slikken (of uit te spugen).
Er is een oud spreekwoord: ‘bitter in de mond maakt het hart gezond’: je levenskracht wordt er door aangesproken. Bitter smakende voorjaarsplanten als paardebloem en mariadistel hebben een stimulerende werking op onze lever, het orgaan wat onze vitaliteit verzorgt. Het bittere brengt ook onze spijsverteringssappen op gang: zo kennen we het ‘bittertje voor het eten’. De bittere smaak komt steeds minder voor in onze voeding. Omdat we deze smaak niet zo op prijs stellen, wordt door selectieve teelt de witlof en de andijvie bijvoorbeeld steeds zachter van smaak.

Zout
De zoute smaak is verbonden met het aardse: het ‘zout der aarde’. Het heeft van alle smaken de meest vormende kracht in zich. Het komt uit het mineralenrijk, en is zó sterk tot essentie teruggebracht dat je er in je voeding maar heel weinig van nodig hebt om het effect te merken. Als de bakker per ongeluk is vergeten om zout in het deeg toe te voegen, heeft het brood veel minder ‘smaak’. Wie te veel zout in de voeding gebruikt, kan te ‘aards’ worden. Zo kan er bijvoorbeeld arteriosclerose optreden, een verharding van de vaatwanden.

Gebruik maken van smaken
In de voeding (en de drankjes) van onze kinderen is de zoete smaak vaak rijkelijk vertegenwoordigd. In zekere zin pŕst dat ook: we willen onze kinderen koesteren en omhullen. Als dat echter betekent dat ze weinig in aanraking komen met de andere smaken, wordt die koestering wel erg dominant. Natúúrlijk vragen veel kinderen steeds om het zoete: het ěs vaak ook heerlijk om gekoesterd te worden. De zure, bittere en zoute smaken spreken je veel meer aan op je zelfstandigheid, en dat wil niet elk kind. Het is zinvol om ook hierin eens stil te staan bij wat je kind nodig heeft. Als een kind bijvoorbeeld weinig tot eigen initiatief komt of veel ‘moe’ is, kan het helpen om de zoete smaak wat vaker te mijden en wat meer ‘pit’ in te brengen. Een glas zure sinaasappelsap kan ervoor zorgen dat een kind zichzelf wat meer kan bundelen, en als je er wat grapefruitsap bijdoet wordt ook de wilskracht meer aangesproken. Er zijn kinderen die uit zichzelf al sterk neigen naar zure en hartige smaken; dit zijn vaak ook kinderen die goed bij zichzelf kunnen blijven, en zich niet snel uit het veld laten slaan.

Suiker, het gemakkelijke zoet
Niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen is het zoet in de voeding vaak oververtegenwoordigd. Veel meer dan vroeger zit er suiker in onze levensmiddelen, zelfs daar waar je het niet verwacht. Chips, groenten in pot, mayonaise, ze kunnen allemaal suiker bevatten. De levensmiddelenindustrie maakt dankbaar gebruik van onze behoefte aan zoete smaken; het gebruik van suiker leidt tot stijgende verkoopcijfers. Om de koestering van het zoet te blijven ervaren, willen we bovendien steeds meer. Een groot nadeel van suiker in de vorm van biet- of rietsuiker is, dat ons lichaam het snel opneemt, zonder dat het daar veel werk voor hoeft te doen. Het effect wat de zoete smaak van zichzelf al heeft wordt door biet- en rietsuiker nog eens versterkt.

We kennen de gevolgen van de overmaat aan suiker op de lichamelijke ontwikkeling van onze kinderen: met name slechte gebitten, overgewicht, stoornissen van de bloedsuikerspiegel zoals diabetes, en de onttrekking van mineralen aan het lichaam. Wie er oog voor heeft kan ook de gevolgen opmerken op de geestelijke ontwikkeling: het houdt kinderen klein en afhankelijk, zorgt ervoor dat ze zich moeilijker kunnen concentreren, en houdt ze ‘te zoet’.

Alle reden dus om eens stil te staan bij de smaken die je je kind door de dag heen aanbiedt!