Marja Vijn, Natuurvoedingskundige

     
 

Terug naar Home

Naar Publicaties

 

 

Zeekraal en lamsoor

Op de grens van land en zee groeit zeekraal en zeeaster. In de natuurvoedingswinkel, maar steeds meer ook in de groentespeciaalzaak, zijn deze zoute groentes tussen mei en augustus te vinden. In Nederland worden de planten vooral gesneden aan de Oosterschelde in Zeeland en langs de kust van de Waddenzee. Dit is aan strenge regels gebonden; waar in vroeger tijden ieder zonder meer z’n eigen portie zeegroente kon snijden, is ter bescherming van het gebied inmiddels een vergunning noodzakelijk. Om aan de vraag te voldoen worden zeegroentes ook ingevoerd vanuit Frankrijk en Engeland.

Zeekraal (de Latijnse naam Salicornia betekent “zout kraaltje”) oogt als een vetplantje, met lange stengeltjes die opgebouwd lijken te zijn uit verschillende ‘kraaltjes’. Het groeit alleen op plekken die door eb en vloed dagelijks overspoeld worden met zout water. Alleen de groene, malse delen van de zeekraal zijn lekker; de onderste delen van de plant zijn houtiger. Ze zijn rauw te eten in een salade (ik vond b.v. een recept met bospeen en honing), maar je kunt ze ook een paar minuten in kokend water blancheren en opdienen met een klontje boter, of ze kort roerbakken samen met prei, ui en/of knoflook. Zeeaster, wat meestal verkocht wordt onder de naam lamsoor, is iets minder zout. Deze plant groeit op die plekken die iets hoger liggen, en waar de zeekraal eerder het pionierswerk heeft gedaan. Zeeaster heeft langwerpige blaadjes, die vaak wat lichtgrijs van kleur zijn door de uitscheiding van overtollig zout. Ook zeeaster is in een salade te gebruiken, maar het kan ook als spinazie worden klaargemaakt. Beide groentes combineren (hoe kan het ook anders) uitstekend met vis. Wie gebonden is aan een natriumbeperkt dieet kan zeekraal en zeeaster overigens beter laten staan. Bewaar de zeegroentes niet langer dan een dag of vier onder in de koelkast, en spoel ze voor de bereiding alleen even kort af.

WAT ZIT ER IN?
Zeekraal en zeeaster bevatten vele vitamines en mineralen uit het zeewater. De planten zijn met name rijk aan natrium, calcium, ijzer en jodium.